donderdag 7 april 2011

De vlakte en de vrijheid: literaire kritiek online

Het ontbreekt de literatuurkritiek op internet aan fundering en grondigheid. ‘Het is daardoor één grote puinzooi’. Aldus Fabian Stolk, docent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht, in zijn inleidende betoog tijdens het debat op 5 april bij Spui25 in Amsterdam. Stichting Recensieweb en Athenaeum Boekhandel waren de organisatoren van de bijeenkomst. Stolk klaagde op felle toon over de vervlakking en platheid van de kritieken op het web, het gebrek aan kwaliteit en argumentatie. Hilarisch waren de voorbeelden die hij noemde. ‘Zogenaamde redacteuren gedragen zich als culturele poortwachters, maar lijken boven hun toetsenbord in slaap gevallenen’. Redacties van websites dienen net zo streng en sturend op te treden als bij de gedrukte media het geval is, aldus Stolk. Na dit betoog volgde een discussie tussen essayist Arjen van Veelen, uitgever Lidewijde Paris, auteur, chef kunst en literair criticus voor De Groene Amsterdammer Joost de Vries en Stolk over literatuurkritiek op het web. Gespreksleider was Daan Stoffelsen, o.a. betrokken bij Recensieweb en recensent bij NRC Handelsblad. Veel bijval kreeg Stolk niet. Al helemaal niet van Paris. Zij is vooral geïnteresseerd in lezerservaringen, vertelde ze. Ze hield dan ook een pleidooi voor democratisering van literaire kritiek. Het gaat altijd om de inhoud en niet om de vorm. Wat maakt het uit in welke vorm een kritiek verschijnt? Met de kritieken op het web is volgens haar niets mis. ‘Je leest ervaringen en meningen van lezers, die je anders niet zou leren kennen’. En daar gaat het haar om. De kwaliteit is misschien belabberd, maar de ‘klassieke’ kritieken in de papieren media stellen haar evenzogoed teleur. De stukken in kranten zijn de laatste jaren slechter geworden, minder van kwaliteit, kleiner in omvang. Jammer, want ze dienen de lezer een ijkpunt te bieden. Broddelwerk, zo noemde ze, als voorbeeld, de ‘signalementjes’ die Elsbeth Etty sinds een paar weken in NRC Handelsblad mag schrijven. Paris maakte zich boos: ‘Etty doet beweringen over boeken die gewoon niet kloppen! Nee, laat dan die bloggers maar lekker hun gang gaan. Zolang ze de boeken maar lezen en hun oordeel beargumenteren, want dat doet Etty in het geheel niet’, riep ze uit. De overige panelleden leken weinig onder de indruk van de scherpe uithaal. Joost de Vries kon de stukjes eigenlijk wel waarderen. Sommigen zagen de rubriek van Etty juist als een hedendaagse vorm van kunstkritiek die demonstreert dat de kranten in hun presentatie deels op internet gaan lijken. Flitsende, korte signalerende tekstjes, met een attenderende functie. Daar zijn er op het web heel veel van. Teveel, volgens Stolk. Op de recensiewebsites presenteert iedereen zich zomaar als criticus, er is geen redactie die toeziet op de kwaliteit. In tegenstelling tot de krantenredacties, ‘die bovendien een eigen smoel durven tonen!’ Daan Stoffelsen greep op dit punt in. Hij maakte duidelijk dat ‘zijn’ recensieweb wel degelijk de kwaliteit bewaakt en bijdragen soms ook weigert. Lastig is dat de critici niet betaald krijgen voor hun werk. De kwaliteit van de webkritieken zou verbeterd kunnen worden wanneer er een verdienmodel zou zijn, vond iedereen. Van Veelen vroeg zich af of hoe de amateurrecensenten op het web zich in de toekomst gaan ontwikkelen. Gaan ze ooit verdienen aan hun attenderende inspanningen op het web en de sociale media, zoals dat ook in de mode en muziek het geval is? Er zijn bijvoorbeeld twitteraars, actief in de mode-industrie, die met hun berichten invloed uitoefenen op de bekendheid van merken en daar soms ook voor betaald krijgen. Ook de amateurcritici in de muzieksector winnen steeds meer digitaal terrein op professionele critici. Paris sloot uit dat zoiets in het boekenvak mogelijk is, want beeld en muziek laten zich nu eenmaal makkelijker aan de man brengen dan literatuur.

De meningen en koersen over digitale kritieken waren en bleven verdeeld tijdens de bijeenkomst. Opvallend was een uitspraak van Van Veelen die vertelde amper nog zin te hebben in het lezen van artikelen van 4000 woorden of meer, maar zich liever te laten ‘sturen’ door de meningen en ‘links’ van recensenten op het web. Het is een nieuwe vorm van recenseren. ‘De sociale media zoals Facebook bieden mij advies-op-maat’. Een zinnige opmerking, ver verwijderd van de (zure) kwalificaties als ‘puinzooi’ en ‘brij’ die Stolk had opgeworpen.

Zie voor meer informatie over de bijeenkomst en de panelleden: www.recensieweb.nl

Jack van der Leden

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen